Morgen mag ik een nieuwe fiets uitzoeken. Ik heb er nu 2 en geen van beiden gebruik ik graag. Een van de twee (een paarse opoefiets) staat er zelfs onder het stof. Roel en ik zijn het niet eens over welke fiets er weg mag/moet. Om dat te bepalen gebruik ik vandaag de opoefiets. Eigenlijk heb ik daar gelijk al spijt van en weet ik dat deze plaats gaat maken voor de nieuwe fiets.
De fysio vindt, net als ik, dat het beter gaat en ik hoef niet meer terug te komen. Mooi!
Als ik eindelijk thuis ben, na ook nog wat boodschappen te hebben gedaan word ik overvallen door moeheid. Niet zo gek, want slapen gaat mij de laatste tijd niet zo goed af. Ik besluit mijn training naar de middag te verplaatsen. Niet mijn favoriete tijd om te rennen, maar de Dam tot Dam is ook ’s middags. Oefenen om op andere tijden ook te kunnen presteren is nooit verkeerd. Afgelopen zondag heb ik voor het laatst gelopen en dat ging niet lekker. Vandaag heb ik wat goed te maken naar mezelf.
Het is warm, maar ik heb mijn Raid Light mee. Nog steeds blij mee. Voldaan kom ik weer thuis en een uur later heb ik al spierpijn. HAHAHAHAHAHAHA
![]() |
Wat een plaatje hè? |
![]() |
Diva, zo voel ik mij ook als ik er op zit. :) |
Uiteindelijk val ik in slaap en worden we rond een uur of 8 wakker. Lopen of fietsen? In elk geval voelt het niet alsof mijn lichaam 16km (die in de agenda staat) gaat halen. Roel wil ook lopen en die doet zeker geen 16km. Goed excuus voor mij om lekker de 5km met hem samen te lopen. Ik weet niet meer van wie ik de tip heb om mijn Garmin even in de achtertuin naar GPS te laten zoeken voor ik ga lopen. Maar het is een goede tips. THANKS!! Off we go. Op het gemak, heerlijk loopweer, beetje miezer. Bij 2km houdt mijn muziek er ineens mee op en trilt mijn telefoon. HUH? Oh ik word gebeld. Het is Trees, hijgend neem ik op. Of ze ongelegen belt, nou het is niet zo spannend hoor. :) Ik ben aan het rennen, bel over een kwartiertje terug als je wilt.
Bij 3km mag ik van mezelf wandelen om te drinken. Na een halve kilometer doorstappen ga ik weer rennen. Een snelle meneer haalt ons in of we stil staan, maar ik laat mij niet ontmoedigen en heb juist het gevoel dat ik alleen maar beter ga lopen. Dat blijkt ook zo te zijn. Bij thuiskomst is mijn laatste kilometer de snelste. Ik ben een diesel. De geplande sushi is verdiend. Op naar de lunch.